Sprookje

De Kikkerprinses

Er was eens, heel lang geleden, een vrouw die drie zonen had. Ze waren gewoontjes, maar hadden het goed. De grond waarop ze woonden was vruchtbaar en gaf hun een rijke oogst. Op een dag zeiden de drie zonen tegen hun moeder dat ze wilden gaan trouwen. Hun moeder antwoordde: “Doe wat je wilt, maar zorg er voor dat je een goede vrouw kiest die goed voor je zorgt, en om hier zeker van te zijn, neem deze drie strengen vlas en geef het aan hen om te spinnen. Wie het beste vlas spint, zal mijn favoriete schoondochter worden.

De twee oudste zonen hadden hun vrouw al gekozen; ze namen de strengen aan van hun moeder en namen ze met zich mee om het te laten spinnen zoals ze gezegd had. Maar de jongste zoon twijfelde wat hij moest doen met zijn streng vlas, omdat hij geen enkel meisje kende (hij had nog nooit met een meisje gesproken) aan wie hij de streng vlas kon geven. Hij ging van oost naar west, en vroeg aan ieder meisje dat hij tegenkwam of ze voor hem vlas zou willen spinnen. Maar als ze een blik wierpen op de streng vlas, lachten ze hem in zijn gezicht uit en spotte met hem. Dan verliet hij teleurgesteld het dorp en trok verder het land in. Onderweg ging hij zitten op een bankje bij een vijver en huilde bittere tranen.

Plotseling was er een geluid naast hem en een kikker sprong uit het water op de bank en vroeg hem waarom hij aan het huilen was. De jongeman vertelde haar van zijn problemen, hoe zijn broers linnen, geweven van vlas zouden geven aan hun moeder, gesponnen door hun toekomstige bruiden, maar geen enkel meisje wilde zijn streng vlas spinnen.

Toen antwoordde de kikker: “Daar moet je niet om huilen. Geef mij de streng vlas en ik zal het voor je spinnen.” En dit gezegd te hebben, trok ze de streng uit zijn hand en sprong terug in het water. De jongeman ging terug naar huis, niet wetend wat er ging gebeuren.

Een korte tijd later, kwalen de twee oudste broers terug. Hun moeder vroeg hun of ze het linnen mocht zien dat geweven was met de vlasdraad gesponnen uit de streng vlas die ze hen gegeven had. Alle drie verlieten ze de kamer en binnen vijf minuten kwamen de oudste twee broer terug met het linnen dat was geweven van vlas gesponnen door hun toekomstige vrouwen. Maar de jongste broer was erg verdrietig omdat hij niets had om aan zijn moeder te geven. Vol verdriet liep hij terug naar de vijver, ging op het bankje zitten en huilde.

Plots sprong de kikker uit het water naast hem op de bank.

“Neem dit”, zei ze, “Hier is het linnen dat ik voor je gesponnen heb”.

Je kunt je voorstellen hoe gelukkig de jongeman was. Ze stopte het linnen in zijn handen en hij bracht het meteen naar zijn moeder. Zij was zo blij mee en zei dat ze nog nooit zo fijn gesponnen linnen had gezien. Het was veel fijner en witter dan het linnen dat de twee oudere broers mee naar huis hadden genomen.

Toen sprak tot haar zonen en zei: “Maar dit is niet genoeg, jongens. Jullie toekomstige vrouwen moeten nog een proef ondergaan om te zien wat voor soort vrouwen jullie hebben gekozen. In het huis zijn drie puppies. Jullie nemen ieder een puppy en geeft het aan jullie toekomstige vrouw. Zij moet het hondje opvoeden en gehoorzaamheid leren. Het hondje dat het beste kan luisteren, zijn baasje zal mij favoriete schoondochter worden”.

Zo gingen de broers weer op pad, ieder met hun puppy. De jongeste zoon, niet wetend waar naar toe te gaan, ging terug naar de vijver, ging weer op de bank zitten en begon te huilen.

Plots sprong de kikker weer naast hem op de bank. “Waarom huil je”, vroeg de kikker. Toen vertelde hij haar zijn probleem en dat hij niet wist aan wie hij de puppy kon geven.

“Geef het aan mij”, zei de kikker, “En ik zal het gehoorzaamheid leren”. Ze zag dat de jongeman twijfelde, pakte de kleine puppy uit zijn armen en nam het mee de vijver in.

Weken en maanden gingen er voorbij, tot op een dag de moeder zei dat ze de hondjes graag wilde zien. De twee oudste broers vertrokken en kwamen kort daarna terug met twee grote mastiffs. De puppies waren grote onverschrokken honden geworden. Ze keken alsof ze ieder moment konden aanvallen. Een blik op de honden vervulde de moeder met angst.

De jongste zoon ging, zoals zijn gewoonte was geworden, naar de vijver en riep de kikker om hem te helpen.

Binnen een minuut sprong zij naast hem neer op de bank en bracht een prachtig klein hondje mee, die ze in zijn armen legde. Het ging zitten, bedelde met zijn pootjes, deed de leukste trucjes en deed alles wat de jongeman vroeg.

Opgewonden bracht de jongeman het hondje naar zijn moeder. Zodra ze het hondje zag riep ze: “Dit is het mooiste hondje dat ik ooit heb gezien. Je hebt geluk mijn zoon, je hebt een parel van een vrouw gevonden”.

Toen draaide zich om naar de twee oudste zonen en zei: “Hier zijn drie hemden. Breng ze naar jullie toekomstige vrouwen. Wie het beste hemd naait, zal mijn favoriete schoondochter zijn.

Dus de jongemannen gingen nog maar eens op pad en opnieuw was het werk van de kikker veel beter en mooier.

Deze keer zei de moeder: “Nu ik tevreden ben met de proeven die ik jullie gegeven heb, wil ik dat jullie je bruiden gaan halen en ik zal de bruiloft voorbereiden”.

Je zult je kunnen voorstellen hoe de jongste zoon zich voelde bij het horen van deze woorden. Waarvandaan moest hij een bruid halen? Zou de kikker hem opnieuw kunnen helpen bij dit probleem? Hij voelde zich erg bedroefd en met gebogen hoofd ging hij aan de rand van de vijver zitten.

Plots sprong de kikker weer trouw naast hem neer.

“Waar maak je je zorgen over?” vroeg ze hem en de jongeman vertelde haar alles.

“Wil je mij tot je vrouw nemen?” vroeg de kikker. “Hoe kan ik nu met je trouwen”, antwoordde hij verwonderd over haar voorstel.

“Wil je mij tot je vrouw nemen of niet”, vroeg de kikker opnieuw.

“Ik kan je wil je aanbod niet aannemen en evenmin wil ik het weigeren”, antwoordde de jongeman.

Op dat moment verdween de kikker en het volgende moment zag de jongeman een allerliefst wagentje, getrokken door twee kleine pony’s, op de weg staan. De kikker hield de deur van het wagentje open zodat hij kon instappen.

"Kom met me mee”, zei ze. En hij stond op en volgde haar het wagentje in.

Terwijl ze wegreden, kwamen ze drie heksten tegen. De eerste was blind, de tweede had een bochel en de derde had een grote doorn in haar keel. Toen de drie heksen het wagentje op merkte met de kikker die gewichtig in de kussens zat, barsten ze in lachen uit. Ze lachen zo hard dat de ogen van de blinde heks open barsten en zij weer ziet. De heks met de bochel rolt over de grond van het lachen tot haar rug recht is. De derde heks brult zo van het lachen dat de doorn uit haar keel valt. Hun eerste gedacht is om de kikker te belonen die zo onbewust de heksen genas van hun ongeluk.

De eerste heks zwaaide met haar toverstok over de kikker en veranderde haar in liefelijkste meisje dat je ooit had gezien. De tweede heks zwaaide met haar toverstok over het kleine wagentje en de pony’s en ze veranderde in prachtige grote koets met steigerende paarden en een koetsier. De derde heks gaf het meisje een magische tas vol met geld. Na dit gedaan te hebben, verdwenen de heksen en de jongeman en zijn prachtige bruid reden naar het huisje van zijn moeder. Zij moeder was dolgelukkig met het geluk van haar zoon. Ze bouwde een prachtig huis en ze werd haar favoriete schoondochter. Het ging hen goed en ze leefden nog lang en gelukkig.